Tips voor het circuit van Genk (BE)

Een nieuw circuit is altijd aanpassen voor iedereen. Dus is het misschien handig als een ervaren karter je even uitlegd hoe je het best de bochten neemt om die tijden naar beneden te halen. Glenn Keyaert was zo vriendelijk om dit voor Kartworld te doen. We overlopen een rondje Genk met Glenn

genk_beschrijving_glennkeyaert

Bocht 1: De eerste bocht van het circuit is al een hele uitdaging, aangezien hij in een “trechter” vorm is. Voor de bocht is een bult en je begint best te remmen net voor deze bult, anders is de kart niet stabiel in de bocht. Je blijft bij het insturen aan de binnenkant en komt breed uit de bocht, tot aan de curbstones.

Bocht 2: Voor bocht 2 los je het gas voor de bocht en ga je nog voor de bocht terug op het gas. Bij het insturen blijf je best in het midden van het circuit omdat deze bocht een aantrekkelijke inhaalplaats is.

Bocht 3: De 3de bocht neem je in 1 tijd met de 2de bocht. Dus wanneer je uit bocht 2 komt probeer je in 1 vloeiende beweging bocht 3 te nemen. Deze bocht neem je gemakkelijk volgas.

Bocht 4: In deze snelle bocht bevinden zich in het uitkomen ervan bulten. Je stuurt best iets later in, zodat wanneer je de bulten raakt, de kart al rechtdoor rijdt. Met zachte banden neem je deze bocht volgas.

Bocht 5: Ook hier blijf je voor het insturen bijna in het midden van de baan. Deze bocht stuur je normaal in zodat je tegen de boordstenen in het midden van de bocht zit. Neem optimaal gebruik van de boordstenen bij het uitkomen van de bocht.

Bocht 6: Voor deze bocht moet je zeer laat en zeer hard remmen en redelijk snel de bocht ingaan. Je stuurt laat in zodat de kart goed geplaatst is voor de volgende bocht.

Bocht 7: Voor deze bocht neem je de boordstenen goed mee en los je het gas, anders is de kart niet stabiel. Je volgt de lijn van de boordstenen.

Bocht 8: In deze bocht los je het gas in het midden van de bocht en in het uitkomen van de bocht moet je op ongeveer ¼ van de buitenkant zitten, dus niet helemaal naar buiten.

Bocht 9: Bocht 9 neem je in functie van de haarpin die erop volgt, dat wil zeggen de je bocht 9 “opoffert” om bocht 10 goed te nemen. Je stuurt laat in en niet snel en je zorgt ervoor dat je zeker niet te wijd uit de bocht komt.

Bocht 10: Deze bocht moet je super snel ingaan, bijna zonder remmen en dan op je voorwielen remmen; dat wil zeggen dat je remt door te sturen. Hierdoor stuur je laat in. Let wel op: hiervoor moet de kart optimaal afgesteld zijn, anders gaan je voorbanden eraan.

Bocht 11: Hier kun je sneller door dan je denkt. Je moet hier ook snel in de bocht gaan en laat remmen. Na het remmen moet je bijna onmiddellijk op het gas gaan.

Bocht 12: Hier gewoon de lijn voortzetten die je in 11 begonnen bent.

Bocht 13: Deze bocht is normaal gemakkelijk volgas te nemen, maar het is beter dat je voor het insturen effe het gas lost en onmiddellijk terug gas geef, zodat het achterwiel de kans krijgt om omhoog te komen. Bijna gelijktijdig stuur je in. Bij het uitkomen van de bocht laat je de kart goed gaan tot op de boordstenen.

Bocht 14: Hier moet je vroeger remmen, en minder hard de bocht ingaan en iets later insturen. Na ¼ bocht moet je al terug volgas zijn, zodat je al een goede snelheid hebt voor de rechte lijn.

Met dank aan Glenn Keyaert

kartworld_glennkeyaert

Share

Comments are closed.